L.S.,
In een liedje van Cornelis Vreeswijk (Leven en laten leven) viel me volgende passage op “en de herbergier heeft spijt, want hij schreef met dubbel krijt”. Het liedje is een opeenstapeling van gezegden en ik weet niet waarom net deze mijn aandacht trok maar zo is het dan maar. Uiteraard kende ik wel de betekenis van het gezegde; alleen vroeg ik me af waar het vandaan kwam; rekeningen met krijt schrijven is al vrij lang in onbruik geraakt dus het moest een oude uitdrukking zijn.Een dubbel krijtje of een krijtje zodanig gevormd dat het twee streepjes tegelijk op de kerfstok maakte, om zo de arme klant, die wellicht toch al dubbel zag na enkele consumpties, is nog wel voor te stellen maar waar kwam dit spreekwoord vandaan en vooral… sinds wanneer. Mijn gedachten begonnen af te dwalen dus moest ik er even werk van maken het op te zoeken.
Gelukkig boodt een naslagwerk (F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk)) enig soelaas (met dank aan dbnl).
Op pagina 511 van dit boekwerk vinden we het volgend lemma:
1279. Met dubbel krijt schrijven,
d.w.z. de rekening tweemaal zoo groot maken, als ze is; vier voor twee schrijven (16de eeuw; Tijdschr. XXI, 87); vooral van een herbergier gezegd, die twee voor een schrijft (Roode Roos, 177; Moortje, 2751). In de 17de eeuw komt de uitdrukking voor bij Godewyck, Wittebroodskinderen (anno 1641), bl. 60: De waert schryft met dubbel krijt veel schreven aen de want; Gew. Weeuw. III, 6. Zie verder Tuinman I, 67; Harrebomée I, 451; Ndl. Wdb. VIII, 257; Nkr. I, 13 April p. 6: Er is zelfs een geschiedschrijver die u (Floris V) negen-en-dertig wonden toeschrijft, doch die heeft blijkbaar met dubbel krijt geschreven; Het Volk, 15 Nov. 1913 p. 5 k. 1; 14 April, 1914 p. 13 k. 2: Indien dus alles wordt meegeteld, en dan bovendien met dubbel krijt wordt geschreven, kunnen de getallen van ‘De Tribune’ juist zijn; 15 Mei 1914 p. 1 k. 3: Kasteleins en kleine neringdoenden, die veel ‘poffen’, worden veelal verdacht, dat ze dubbel boekhouden, doch niet ‘dubbel of Italiaansch’, maar ‘met dubbel krijt’. Volgens Joos, 71; Antw. Idiot. 716; Teirl. 329 en Waasch Idiot. 177 is de uitdr. ook in Zuid-Nederland bekend, waar men eveneens zegt met herbergierskrijt schrijven, dat gelijk staat met ons 17de-18de eeuwsche met hoerenkrijt rekenen (zie V. Paffenrode, 103; Sewel en Halma); in Limb.: hij schrijft dubbel (of met herbergierskrijt). In het Haspengouwsch en Hagelandsch gebruikt men hiervoor met vet krijt schrijven (Rutten, 258; Tuerlinckx, 691). Ook in het Friesch: hy skriuwt mei dûbeld kryt of kastlynskryt, dat twee streepjes te gelijk maakt (zie W. Dijkstra II, 333 b; I, 404); in het hd. mit doppelter Kreide anschreiben; voor het nd. zie Eckart, 291.
Dat zij die echt willen verder doorbomen hierover, zelf de andere referenties zoeken; maar in elk geval kan u bij deze in’t vervolg het sappige “met hoerenkrijt rekenen” telkens u anders naar de uitdrukking “met dubbel krijt schrijven” zou grijpen.
